Turkye se president, Recep Tayyip Erdogan, het die Islamitiese Staat-groep (ISIS) die skuld gegee vir die bomaanval op ’n buitelugviering van ’n troue in die suidooste van die land.
Minstens 50 mense is in die aanval dood en 94 beseer.
Amptenare sê die aanval in Gaziantep, naby die grens met Sirië, was oënskynlik ’n selfmoordbomaanval.
Turkye is die afgelope tyd deur ’n vlaag aanvalle geteister, waarvoor Koerdiese militante met bande met die Koerdiese Werkers Party (PKK) of ISIS die skuld gegee is.
Die jongste aanval kom terwyl die land nog sukkel ná verlede maand se mislukte staatsgreep wat die regering voor die deur van die Amerikaans-gebaseerde Moslem-kerklike Fethullah Gulen en sy aanhangers lê.
Erdogan sê daar is “absoluut geen verskil tussen ISIS, Koerdiese-rebelle en Gulen se beweging nie “omdat al drie terroriste-bewegings is”.
Verskeie liggame het op die grond in op Sultanahmet-plein, naby aan die Blou Moskee en Hagia Sophia, ‘n wêrelderfenis plek, en belangrike toeriste-area in die stad gelê.
Die kantoor van Istanboel se goewerneur sê die owerhede ondersoek die soort plofstof wat in die bomaanval gebruik is en wie moontlik vir die aanval verantwoordelik was.
Die kantoor het ook bevestig dat tien mense dood en 15 beseer is, maar het geen verdere besonderhede verstrek nie.
Turkye se AHaber-televisie het gesê die ontploffing is waarskynlik die werk van ‘n selfmoordbomaanvaller.
Die polisie het die strate in die omgewing afgekordon. “Ons tref voorsorgmaatreëls teen ‘n moontlike tweede ontploffing,” het ‘n polisiebeampte op die toneel gesê terwyl hy mense van die plein af begelei het.
Die ontploffing kom net meer as ‘n jaar nadat ‘n vroulike selfmoordbomaanvaller haar by ‘n polisiekantoor vir toeriste naby dieselfde plein opgeblaas het. Een polisie-offisier is in die ontploffing dood en een is beseer.
Verantwoordelikheid vir die aanval is aanvanklik deur ‘n verlinkse groep aanvaar.
Koerde, linksgesindes en ander militante het in die verlede almal aanvalle in Turkye uitgevoer.
Turkye, ‘n ondersteuner van die Islamitiese Staat (ISIS) het ‘n teiken vir radikales geword met twee groot bomaanvalle wat die land die afgelope tyd geruk het.
Die een aanval was op die dorp Suruc naby die Siriese grens en die ander in die hoofstad, Ankara, waarin meer as 100 mense dood is.
Die aanslag sal ‘n negatiewe impak op toerisme in Turkye hê.
Guido Van Hecken, de voorzitter van ‘Oxfam-Solidariteit’, is een ex-terrorist die actief betrokken was bij de vreselijke terreuraanslag van het ANC in Pretoria uit 1983, die 19 doden en honderden gewonden maakte. Er waren al langer vermoedens in die richting, maar zijn medeplichtige, Hélène Passtoors, heeft het onlangs bekend in HUMO. Dat een vereniging voor ontwikkelingshulp geleid wordt door een ex-terrorist is naar ons weten een Europese primeur.
We schrijven 20 mei 1983. Het ANC voert een terreurcampagne tegen de Afrikanerregering in Zuid-Afrika. In de late namiddag rijden twee zwarte ANC’ers een zware autobom naar de Kerkstraat in Pretoria. Daar is het hoofdkwartier gelegen van de Zuidafrikaanse Luchtmacht, en het is de bedoeling de bom vanop afstand te laten ontploffen op het ogenblik dat vele honderden personeelsleden, zwart en blank, militair en burger, zich naar het trein- en busstation begeven. De bom ontploft te vroeg, waardoor ook de twee ANC-terroristen zelf omkomen. Negentien mensen sterven onmiddellijk in de klap, waarvan 7 militairen. Er vallen 217 gewonden, waarvan velen voor het leven verminkt zijn. De ravage is enorm.
De Zuidafrikaanse veiligheidsdiensten zijn geschokt, maar hebben wel zo’n idee in welke hoek de daders moeten gezocht worden. In juni 1985 wordt Hélène Passtoors gearresteerd, een extreem-linkse Vlaamse die werkt voor de universiteit in Maputo, de hoofdstad van Mozambique. Zij wordt door de Zuidafrikanen verdacht van betrokkenheid bij de Kerkstraat-aanslag, maar bewijzen zijn er niet. In België breekt een zelden geziene steuncampagne van links los, waarbij alle beschuldigingen aan het adres van Pastoors als ‘leugens’ van de Zuidafrikanen worden afgeschilderd. Passtoors wordt veroordeeld en opgesloten voor andere feiten dan de Kerkstraat-bom, maar wordt onder o.a. Belgische druk in 1989 vrijgelaten en keert terug naar België, waar ze door links als een heldin wordt ingehaald.
Eind vorig jaar gebeurt er dan iets opmerkelijks. Hélène Passtoors geeft interviews in HUMO waarin ze eindelijk haar aandeel in de terreuraanval toegeeft. Ze beschrijft welke haar taak was: als blanke kon zij vrij ongehinderd de grenzen rond Zuid-Afrika oversteken. Op donderdag 19 mei 1983 nam zij in Swaziland van ANC’er Rashid de sleutels van de bomauto in ontvangst. Ze weet heel goed dat het om een bomauto gaat; de dikker dan gewone radioantenne valt haar meteen op. Die is nodig om de bom vanop afstand tot ontploffing te brengen. Conform haar instructies parkeert ze de wagen aan het station van Mamelodi, en keert met de trein terug; de auto wordt daar later opgepikt door de twee ANC-terroristen die bij de aanslag zullen omkomen.
Waarom die late biecht van Passtoors? Blijkbaar wil ze er dit jaar een boek over laten verschijnen, ‘Bevrijd de vrijheid’, die wel wat reclame vooraf kan gebruiken. Een element kan ook zijn dat de aanslag intussen 30 jaar geleden is, en eventuele burgerlijke schadeclaims van slachtoffers en familie dus naar Belgisch recht verjaard lijken. Bovendien is de aanslag intussen door het ANC aangegeven bij de Zuidafrikaanse ‘waarheidscommissie’, waarna een amnestie is afgekondigd voor de betrokkenen die de aanvraag deden. Hoe dan ook is de betrokkenheid van Passtoors bij de aanslag geen echte verrassing: het was alleen de linkerzijde in Vlaanderen die steeds tegen beter weten in haar ‘onschuld’ is blijven verkondigen.
Interessanter aan de interviews van Passtoors is dat zij voor de eerste keer gedetailleerd de medeplichtigheid beschrijft van Guido Van Hecken. Van Hecken, zo beschrijft Pastoors, was ten tijde van de aanslag het hoofd van haar vakgroep aan de universiteit van Maputo. Toen ANC’er Rashid haar belde met de vraag snel tijd vrij te maken voor een ‘dringende missie’, het transporteren van de bomauto, was het Guido Van Hecken die dat regelde: ‘Hij was hoofd van mijn vakgroep en altijd behulpzaam’, aldus Passtoors.
Guido Van Hecken speelde vervolgens een essentiële rol in het over de grens smokkelen van de bomauto, met name door het leveren van vervalste nummerplaten. Passtoors zal zich voordoen als Belgische toeriste, en daarvoor wordt de wagen uitgerust met Belgische rood-witte nummerplaten. Zodra de bomauto de grens over is zal hij voorzien worden van Zuidafrikaanse nummerplaten, om niet op te vallen in het Zuidafrikaanse straatbeeld. ‘We kijken zorgvuldig de papieren na’, zo herinnert Passtoors zich. ‘Belgische autopapieren die horen bij de nummerplaten die op de auto zitten: rode platen met witte nummers. Er is ook een set Zuid-Afrikaanse papieren en nummerplaten, met een correct motor- en chassisnummer: prima werk van onze geniale vervalser in Maputo, Guido Van Hecken. De Zuid-Afrikaanse set steken we weg op een geheime plek in de koffer.’ (HUMO, 10/12/2013).
Passtoors beschrijft hoe de Zuidafrikaanse grenstroepen haar wagen aan een routine-onderzoek onderwerpen, maar niets verdachts vinden en haar doorlaten. Dat de door Van Hecken vervalste nummerplaten essentieel waren blijkt ook uit de moeite die Passtoors zich getroost om ze te doen verdwijnen. ‘Voorbij de heuvels zoek ik een geschikte plaats om de nummerplaten te wisselen en de Belgische platen en papieren voorgoed te doen verdwijnen. Op klaarlichte dag is dat niet vanzelfsprekend, maar ik vind een landweggetje waar ik ongestoord met de schroevendraaier aan de gang kan, en een snelstromend riviertje dat papiersnippers meteen meevoert. Onder het zand zullen de rode platen vlug onherkenbaar verroesten.’ (HUMO, 10/12/2013)
Een dag later barst moord en verwoesting los op een tot dan zelden geziene schaal in Pretoria. Passtoors beschrijft nog hoe ze daarover later praat met Oliver Tambo, de ANC-chef die de aanval bevolen had. ‘Zulke dingen zijn soms noodzakelijk’, klinkt het. En ook Passtoors twijfelt niet al te lang. ‘Het is de paradox van de vrijheidsstrijder: weten dat je geweld moet gebruiken om een einde te maken aan het geweld.’
In Knack van 23 mei 2012 ging Guido Van Hecken zelf al in op zijn terroristische activiteiten. Naast het vervalsen van documenten omhelsde die ook het binnensmokkelen van wapens in Zuid-Afrika en het verkennen van mogelijke doelwitten voor aanslagen: ‘Ik reed met auto’s vol wapens of geld naar Zuid-Afrika en voerde verkenningen uit’. Van Hecken kocht ook auto’s aan voor het ANC: ‘Mijn betrokkenheid bleef beperkt tot het kopen van auto’s’, zo klinkt het in Knack. Het gebruik van het woord ‘beperkt’ is hier misleidend: het aankopen van auto’s was absoluut noodzakelijk om er de ANC-terreuractiviteiten mee te ontplooien die zouden volgen…
Guido Van Hecken is nu dus voorzitter van ‘Oxfam-Solidariteit’, dat is één van de drie verenigingen die in België onder de naam ‘Oxfam’ opereert; de andere twee zijn de Nederlandstalige en de Franstalige ‘Wereldwinkels’. Oxfam-Solidariteit is een hoofdrolspeler in de ontwikkelingshulp-lobby in België; de club kreeg in 2011 minstens 3 miljoen euro subsidies van de Belgische federale overheid. Het is één van de organiserende leden van de jaarlijkse 11.11.11-campagne. Het is ook één van de organisaties die mee de steuncampagne 1212 voor Syrië voert.
Oxfam-Solidariteit is een vereniging, aldus de website, die haar aanpak en haar programma’s in het Zuiden (ontwikkeling, noodhulp) en in het Noorden (campagnes, lobby) baseert op ‘vijf fundamentele rechten’. Het allereerste fundamentele recht, dat Oxfam daarbij zegt te verdedigen, is het recht op leven en veiligheid. Spijtig genoeg gold dat recht niet voor Adriana Meyer, een naam die we lukraak nemen uit de lijst met slachtoffers van de Kerkstraat-bom. Zij was 40 jaar oud toen de bomauto van het ANC uit elkaar spatte en haar leven beëindigde.
De terroristische activiteiten van Van Hecken waren hoegenaamd geen rem op zijn verdere carrière. Hij was actief bij Agalev, later Groen, en werd zo kabinetsmedewerker van staatssecretaris Eddy Boutmans – die, aldus Van Hecken, perfect op de hoogte was van zijn verleden als ex-terrorist. Van Hecken kon later ook probleemloos aan de slag in de diensten van het Europese Parlement. De Belgische Staatsveiligheid had al die tijd blijkbaar geen bezwaren. Daar had men het ongetwijfeld te druk met het opsporen van staatsgevaarlijke Vlaamsgezinde zangeresjes op het Songfestival.