DIe invloedrykste Nederlandse koerant NRC Handelsblad, met ‘n sirkulasie van 200 000, het oor die afgelope week meningsartikels geplaas waarin die agteruitgang van Afrikaans asook diskriminasie teen Afrikaners verwoord word.
Aanvanklik het ‘n rubriek deur die skrywerpolitikus Martin Bosma verlede week op 20 April 2011 verskyn: “Nogtans sal jij aan mij gebonden bly”. Bosma is namens die Partij voor de Vrijheid lid van die Nederlandse parlement, dieselfde party waaraan Geert Wilders behoort en wat sedert 2006 geweldig gegroei het om 24 uit die 150 setels te verower. Gister op 27 April is reaksies op Bosma deur dr. Dan Roodt, Breyten Breytenbach, die Nederlandse kunstenares Melanie Silvia Kutzke en taalkundige Saskia Visser gepubliseer.
Roodt beskryf Afrikaners in die nuwe Suid-Afrika as “slagoffers van ‘n nuwe vorm van apartheid… volgens die Verenigde Nasies se definisie”. Hy verwys na die historiese bande tussen Nederlanders en Afrikaners, maar bekla die plaasmoorde en vele vorme van diskriminasie wat daar teen Afrikaners toegepas word. FW de Klerk het die die staat, die weermag, polisie, ekonomie en sentrale bank aan die ANC oorhandig, maar Afrikaners ontvang “geen woord van dank nie. As honger krokodille wil die ANC steeds méér: meer mag, meer geld, meer regte – ad absurdum.”
Tydens die onlangse Malema-hofsaak, dring die ANC volgens Roodt aan op die reg om “kulturele” oproepe tot volksmoord teen Afrikaners te maak.
Breyten Breytenbach verwerp die gedagte dat Afrikaans en Nederlands aan mekaar verbind is. “Afrikaans is geen Nederlands nie,” skryf hy. “Dis ‘n kreools wat in die mond van slawe, bediendes, plaaswerkers en boere onstaan het, as ‘n mengsel van sewentiende-eeuse Nederlandse dialekte en ander, nie-Europese tale; ‘n omangstaal soos Maleis-Portugees, wat by seelui in gebruik was. Afrikaans is dus ‘n bruin taal wat aan die stam van Nederlandse dialekte ontspruit het in die tyd toe Algemeen Beskaafde Nederlands nog nie bestaan het nie. Dit is ‘n inheemse baster.”
Die taalkundige Saskia Visser meen dat Afrikaans ‘n “allochtone taal” in Nederland is. Omdat Martin Bosma oor die voortbestaan van Afrikaans begaan is, behoort hy dus as “op die seepkis te klim… as voorvegter vir Turks, berber, Arabies, Moluks en Papiaments in Nederland”.
Dr. Dan Roodt van PRAAG het hom vandag so oor die debat uitgelaat: “Die diktatuur van politieke korrektheid veroorsaak dat daar geen rubriekskrywers soos Bosma meer in Suid-Afrika se gedrukte pers oor is wat dit waag om Afrikaans en die Afrikanertradisie te verdedig nie. Is dit nie ironies dat ‘n liberale Nederlandse koerant bereid is om sulke menings te publiseer terwyl Breyten Breytenbach se karikatuur van Afrikaans as derdewêreldkreools al mening is wat plaaslik deur die kruiperige Afrikaanse media geduld word nie? Polities korrek beteken egter nog nie taalkundige korrek nie.”
Volgens Roodt “het die Afrikaner se etniese en kulturele verdrukking in Suid-Afrika reeds ‘n internasionale kwessie geword met ‘n volksmoordondersoekspan van die Verenigde Nasies wat die land binnekort gaan besoek. Die debat in die NRC Handelsblad is deel van die internasionalisering van die Afrikaner se oorlewingstryd.”
Hier volg die artikels wat gister en eergister in die NRC Handelsblad verskyn het, in reaksie op Martin Bosma s’n.
Afrikaners: slachtoffers van nieuwe apartheid
Martin Bosma heeft gelijk. Het ‘nieuwe Zuid-Afrika’ betekent positieve discriminatie, moord op boeren en sloppenwijken, schrijft Dan Roodt.
Schrijver-politicus Martin Bosma schreef in zijn column (Opinie, 20 april) over het Nederlands en zijn wat ruigere zustertaal, het Afrikaans: „Onze talen zijn diep verbonden.” Hij leunt daarbij op citaten van enkele Afrikaanse dichters, onder wie Eugène Marais, Elisabeth Eybers en N.P. van Wyk Louw.
Het gaat om veel meer dan taal- en letterkunde. De jonge, dappere koningin Wilhelmina stuurde in 1900 het schip Hr.Ms. Gelderland naar de Delagoabaai – nu Maputobaai – om de oude, romantische president Paul Kruger te behoeden voor Britse gevangenneming en vernedering. Dezer dagen verandert de zwarte, nationalistische regering de bekende Koningin Wilhelminastraat in Pretoria van naam. Welke naam wil het ANC ervoor in de plaats? Die van Aboobaker Ismail, de pleger van de Kerkstraatbomaanslag van 20 mei 1983 in datzelfde Pretoria. Niet ver van het wakende bronzen oog van het standbeeld van Oom Paul vonden negentien mensen de dood door de Kerkstraatbom, de enige ‘militaire triomf’ van het ANC. Ruim tweehonderd anderen raakten zwaar gewond of verminkt. Merkwaardigerwijs is die blije dag niet een van de vele nationale feestdagen geworden van het postrevolutionaire Zuid-Afrika.
Op school vierde ik elk jaar op 6 april Van Riebeeckdag. Jan van Riebeeck, een Hollands ambtenaar, was de grondlegger van ons ‘Dietse volk’ in Afrika. Die vrije dag is inmiddels geschrapt en vervangen door andere – Sharpevilledag, Sowetodag, Vrouwendag, Vrijheidsdag… er is zelfs sprake van een Mandeladag, waarop we de geboorte zullen gedenken van de wereldberoemde Xhosa-politicus.
Het gaat niet goed met de Afrikaners. President Frederik Willem de Klerk overhandigde het hele land, met leger, politie, economie en centrale bank erbij, op een presenteerblaadje aan een bende onervaren oud-terroristen en expats uit Londen en Oost-Europa. Van het ANC en zijn volgelingen kwam geen woord van dank. Als hongerige krokodillen willen ze steeds méér: meer macht, meer geld, meer rechten – ad absurdum.
Vorige week nog voerde regeringspartij ANC tijdens een rechtszaak ter verdediging van hun Jeugdligaleider Julius Malema aan dat het liedje Schiet de boer deel uitmaakt van hun cultuur. Bij de zogenoemde plaasmoorde worden wij boeren daadwerkelijk vermoord door zwarten. Het ANC en Malema kennen zich het recht toe om ‘cultureel’ op te roepen tot volkerenmoord. Gemeten naar
het aantal moorden en verkrachtingen per jaar is Zuid-Afrika inmiddels het gevaarlijkste land ter wereld.
Het beleid van regstellende aksie, het Afrikaanse eufemisme voor positieve discriminatie, wordt in Zuid-Afrika draconischer toegepast dan in welk land dan ook – om een meerderheid, die de macht heeft in de politiek en in toenemende mate ook in het bedrijfsleven, te bevoordelen tegenover een machteloze minderheid. Dat honderdduizenden hoogopgeleide Afrikaners momenteel werkloos creperen in krottenwijken – plakkerskampe – is dus geen wonder.
In het Paasweekend sprak ik met mijn neefje en nichtje. Zij zijn eerstejaars aan de Universiteit van Pretoria. Deze universiteit wordt door de overheid structureel ‘verengelst’, net als al vijf andere Afrikaanstalige universiteiten. In sommige vakken worden Afrikaners en blanken –mensen van Europese afkomst – actief gediscrimineerd. Een zwarte student met een middelmatige eindexamenscore, van 50 procent, kan zich inschrijven voor geneeskunde. Een briljante Afrikaner student, met een score van gemiddeld 90 procent, wordt voor al zijn vakken afgewezen. Onze kinderen mogen niet meer studeren aan de universiteiten die we zelf hebben opgericht, gebouwd en gefinancierd.
Het ‘nieuwe Zuid-Afrika’ betekent voor Afrikaners regstellende aksie (dus discriminatie), plaasmoorde en sloppenwijken. Afrikaners zijn tweederangsburgers. We worden gediscrimineerd op grond van onze huidskleur. Hoe noem je dat? Volgens de definitie van de Verenigde Naties: apartheid.
N.P. van Wyk Louw was onze grootste dichter, maar ook een populaire filosoof, of nog beter een philosophe, in de geest van de Verlichting. Politiek omschreef hij zichzelf als „liberaal nationalist”, maar ergens in de jaren vijftig schreef hij: „De eisen van vrijheid, gelijke rechten, gelijke kansen voor allemaal is, abstract gesteld, bijna vanzelfsprekend redelijk – als we tenminste de gewone menselijkheid als uitgangspunt aanvaarden – maar toegepast op Zuid-Afrika zou dit betekenen dat het kleine, relatief hoog ontwikkelde Afrikaanse volk en het Engelse volksdeel zouden afglijden tot machteloze minderheden in een massa zwarten.”
Hoe profetisch klinken die woorden nu. Geen enkel recht is voor ons nog vanzelfsprekend, zelfs niet dat op leven of gelijke behandeling.
Dr. Dan Roodt is een Afrikaans schrijver/dichter en activist voor het Afrikaans en de rechten van Afrikaners
Geen behoefte aan paternalistische schouderklopjes
Afrikaans is geen Nederlands. Het is een bruine taal, een creoolse afsplitsing, ontstaan in de mond van slaven, bedienden en boeren, betoogt Breyten Breytenbach.
Geachte heer Bosma, ik neem de vrijheid om te reageren op uw column van enkele dagen geleden in NRC Handelsblad. Alle belangstelling voor de status van het Afrikaans, en in een breder verband ook voor de politieke ontwikkelingen in Zuid-Afrika, moet worden verwelkomd, hoewel het begrip dat onze landen voor elkaar hebben, vaak berust op misverstanden, moralistische of culturele kortzichtigheid en scheve vergelijkingen. Het gevaar bestaat dat de vermeende overeenkomsten worden gekaapt voor een eigen agenda.
Uw beschrijving van de druk waaronder het Afrikaans staat, is correct. U zou nog verder kunnen gaan en erop kunnen wijzen dat de scheppende en transformerende bijdrage die culturele diversiteit aan de ontwikkeling ervan levert, meer en meer ontkend en zelfs onderdrukt wordt door de mislukte ‘Nationale Democratische Revolutie’ van een totaliserende partijstaat. Zuid-Afrika gaat ten onder aan de vraatzucht, het revanchisme en de vervreemding van een ontheemde elite die het stempel van het zwarte nationalisme, met als enige holle referentie het stalinisme, op het land wil drukken – met rampzalige gevolgen, niet alleen voor de minderheden, maar vooral ook voor de zwarte meerderheid, die met de dag dieper wegzinkt in armoede en ellende.
Een van de redenen dat we vandaag de dag de bittere vruchten van het miskennen van de moedertaal plukken, is dat de blanke minderheid die tijdens de apartheidsjaren aan de macht was, het Afrikaans heeft misbruikt als bewijs van Europese afkomst en daarmee als rechtvaardiging van zogenoemde beschavingsnormen, die anderen uitsloten en onderdrukten. Het wezen en het doel van het Afrikaans zijn gestolen door blanke racisten.
Daarom teken ik bezwaar aan tegen uw classificatie van het Afrikaans als „vereenvoudigd zeventiende-eeuws Nederlands”. Het Afrikaans is geen Nederlands. Het is een creools dat is ontstaan in de monden van slaven, bedienden, landarbeiders en boeren, als een mengsel van zeventiende-eeuwse Nederlandse dialecten en andere, niet-Europese, talen; een omgangstaal als het Maleis-Portugees, dat in gebruik was bij zeelieden. Het Afrikaans is dus een bruine taal, ontsproten aan de stam van Nederlandse dialecten, in de tijd dat het Algemeen Beschaafd Nederlands nog niet bestond. Het is een inheemse bastaard.
Om die taal op uw Nederlandse boterhamte smeren door te beweren dat „het voortbestaan van het Afrikaans het sterkste bewijs is dat onze taal een internationale taal is”, is daarom een beetje te veel van het goede. Eina! Eish!
Het Afrikaans is in wezen een rebelse taal – het product van afsplitsing. We hebben begrip en steun nodig, geen paternalistisch of annexerend of imperialistisch juk. Ik wil graag geloven dat juist daarin dat diepe vrijheidsstreven ligt dat ons verbindt.
Met hartelijke groet, en baie kiri slam by die hys se kant.
Breyten Breytenbach is een Zuid-Afrikaans schrijver, dichter en kunstenaar.
(Dit artikel en dat van Dan Roodt zijn vertaald uit het Afrikaans.)
Hoera, Bosma maakt zich sterk voor allochtone taal
Martin Bosma werpt zich op als hoeder van het Afrikaans (Opinie, 20 april). Verrassend dat een partijideoloog en columnist in staat is tot zo’n abominabele argumentatie. Een van de redenen dat het Afrikaans terrein verliest, zoekt Bosma in de hoge criminaliteitscijfers in Zuid-Afrika, waardoor Afrikanen het land verlaten. Daarbij wordt gesuggereerd dat het geweld zich alleen richt op sprekers van het Afrikaans, hoewel de meeste slachtoffers van geweld nog altijd zwarte Zuid-Afrikanen met diverse moedertalen zijn. Zij hebben geen geld om het geweld te ontvluchten.
Bosma noemt het verleden van het Afrikaans als taal van roemruchte Afrikaners als Paul Kruger en springt dan naar het Zuid-Afrika van nu. Hij schrijft geen woord over de apartheid en vele decennia miskenning van talen die allang in Zuid-Afrika werden gesproken door de autochtone bevolking. Tot 1996 bestonden in Zuid-Afrika maar twee officiële talen – Engels en Afrikaans.
Het is inconsequent dat Bosma zich sterk maakt voor een allochtone taal in Zuid-Afrika, maar ik zou zeggen: hoera, ga zo door! Ik ben het helemaal met Bosma eens. Het Afrikaans heeft het recht om te – blijven – bestaan. Datzelfde geldt voor het Xhosa, het Zulu en andere autochtone talen, zeg maar het Fries en Limburgs van Zuid-Afrika. Deze talen mogen daarom sinds 1996 worden gebruikt bij de overheid en in het onderwijs. Zuid-Afrika is officieel een meertalig land geworden.
Even zie ik Martin Bosma op de zeepkist stappen, als voorvechter van het behoud van het Turks, Berber, Arabisch, Moluks en Papiaments in Nederland.
Saskia Visser Taalkundige, Rijksuniversiteit Groningen

Is Breytenbach nie self ‘n produk van iemand wat uit ‘n slawe stammoeder afstam nie? Baie van NP van Wyk Louw se essays is steeds verfrissend om te lees, dekades nadat dit geskryf is. Die wye verskeidenheid van style wat ‘n mens bv. in Afrikaanse digkuns vind is een teken van Afrikaans as Nuwe Wereld verskynsel – ‘n taal wat soepel en aanpasbaar genoeg is om aan die diverse uitdagings van ‘n veranderende moderne wereld gehoor te gee. Dinamies en vaartbelyn.