Nederlanders betaal skoonmaker-alkoholiste in bier

dutch_liquorTipiese Nederlandse pragmatisme om die probleem van die anti-sosiale gedrag op te los, sal skok in die meeste ander lande.

Vroeg in die oggend agter ‘n huis in Amsterdam, staan ‘n handvol alkoholiste gereed om die omliggende strate skoon te maak, bier en sigaret in die hand .

Vir ‘n dag se werk, sal die manne € 10 ( sowat $ 13) ontvang, ‘n halfpakkie roltabak en, bowenal, vyf blikkies bier. Twee om die dag te begin, twee by die middagete en een vir na werk.

“Hierdie groep chroniese alkoholiste het ‘n oorlas in Amsterdam se Oosterpark veroorsaak: Gevegte, geraas, onaangename kommentaar oor vroue,” sê Gerrie Holterman, wat die Rainbow Foundation bestuur met finansies deur die Nederlandse staat en skenkings.

“Die doel is om hulle besig te hou, om hulle te kry om iets te doen, sodat hulle nie meer moeilikheid by die park maak nie,” het sy gesê.

Die alkoholiste word verdeel in twee groepe van ongeveer 10 mense, met elke groep wat drie dae ‘n week werk.

Gerrie maak aantekeninge van elke persoon se bierverbruik, maar daar is ‘n atmosfeer van vertroue, want soms sal die alkoholiste self aanteken hoeveel hulle gedrink het .

“Ons moet alkohol kry om te funksioneer, wat die nadeel van chroniese alkoholisme is,” sê een.

Projekdeelnemers sê ook hulle is gelukkig om daar te wees en dis vrywillig .

Mense wat in die buurt woon lyk ook gelukkig, en groet die skoonmakers as hulle werk.

 

6 thoughts on “Nederlanders betaal skoonmaker-alkoholiste in bier”

  1. 1 dan kent u het aantal artsen naast Jansen Steur niet(nu ook in Duitsland gepakt), wat buiten deze regeling valt en het niet laat bij 5 blikjes bier per dag. Schijnt in die sector latente bijkomstigheid te zijn ;-(

    2 Er geldt voor deze ijverige schoonmakers ook een winstuitkering aan het eind van het jaar……………een blikje Heineken. Tevens een 13e maand……….een blikje Heineken. Kerstpakket………..

    3 Mocht dit een succes worden dan volgt er uiteraard een proef in de ‘dope sector’ met shirtsponsering van ‘The Bulldog te Amsterdam’.

  2. Indonesië 1945: genocide

    Bijna 70 jaar later komt het hoge woord eruit. Daar was wel een Amerikaanse onderzoeker voor nodig.

    Terwijl premier Rutte zich opmaakte voor een handelsmissie naar Indonesië sijpelde in de media het volgende bericht door dat ons terugvoert naar de dekolonisatie van Indonesië in de jaren ’40 van de vorige eeuw:

    ‘Moord op Indische Nederlanders is genocide’

    De golf van etnisch geweld in Nederlands-Indië, die begon in 1945, is steeds ten onrechte door Nederland naar de achtergrond verdrongen. De moord [door nationalistische Indonesische strijdgroepen, HR] op duizenden (Indische) Nederlanders [alsmede Ambonezen en later ook Chinezen, HR] in de Bersiaptijd is door Nederland altijd gelaten geaccepteerd, ”terwijl het zich het best laat omschrijven als volkerenmoord”. Dat zegt de Amerikaanse historicus William H. Frederick in een interview maandag in Trouw. Hij spreekt daarin van ”post-koloniaal geheugenverlies” van de Nederlandse autoriteiten.

    Voor de direct betrokkenen – de snel slinkende groep hoogbejaarde overlevenden – zal dit alles geen verrassing zijn, maar verder heeft Nederland een blinde vlek voor deze periode uit onze geschiedenis. En als er al aandacht is, dan meestal voor de fouten door Nederland in die jaren begaan. In 1969 ontstond opschudding over beweerde oorlogsmisdaden door Nederlandse militairen in de jaren 1946-1949. Dit leidde tot een kabinetsreactie, de zogenaamde ‘Excessennota’. De negatieve beeldvorming kreeg meer recent een vervolg door de succesvolle juridische acties van advocate Liesbeth Zegveld. Die acties leidden tot Nederlandse excuses en schadevergoeding aan nabestaanden van slachtoffers van het bloedbad van Rawagede en van de contra-terreurcampagne onder leiding van Raymond Westerling in Zuid-Celebes.

    De laatste tijd klinkt de roep om meer historisch onderzoek teneinde die periode van de Indonesische dekolonisatie nader in kaart te brengen. Daar zouden dan zowel Nederlanders als Indonesiërs aan moeten meewerken. Maar aan Indonesische kant schijnt de animo niet groot te zijn. Dit is in lijn met signalen van Indonesische zijde dat men daar geen behoefte heeft aan Nederlandse excuses. Misschien kan dit worden verklaard uit Aziatische hoffelijkheid, maar natuurlijk hebben de Indonesiërs ook zo het een en ander op hun kerfstok en daarom zit men daar niet echt te wachten op het oprakelen van een en ander.

    Voor zover mij bekend verscheen het eerste overzichtswerk over het Nederlands-Indonesische conflict in 1988: deel 12 (tweede helft) van het standaardwerk van Dr. L. de Jong over de Tweede Wereldoorlog. Wat betreft de Bersiap maakt de auteur melding van een officiële Nederlandse schatting van 3.500 doden als gevolg van de moordpartijen door nationalistische strijders. Verder was sprake van duizenden vermisten en dat gaf voeding aan het vermoeden dat het werkelijke aantal slachtoffers veel hoger is geweest. Frederick komt nu uit op 25.000 gedode Nederlanders en ‘Euraziaten’, 10.000 Chinezen en duizenden mensen uit Indonesische minderheidsgroepen.

    In maart 1946 namen Nederlandse troepen de posities over die de Britten in Indonesië bezet hielden en daarna kwam het tot een militaire confrontatie tussen Nederland en de Republiek, met als inzet de onafhankelijkheid van Indonesië, welke confrontatie in december 1949 uitmondde in de soevereiniteitsoverdracht. In die periode kwam het tot excessen. Niet alleen aan Nederlandse kant (zie hierboven), maar ook aan Indonesische kant. Zo maakt de Jong melding van het vermoorden door de nationalisten op Java van enige tienduizenden Indonesiërs die met de Nederlanders zouden hebben samengewerkt.

    Het geheel overziende is het geen wonder dat beide partijen in de Van Roijen-Roem-overeenkomst, die de soevereiniteitsoverdacht inleidde, over en weer amnestie verleenden voor misdaden tijdens de vijandelijkheden begaan (zie bovenstaande afbeelding).

    Fredrick komt niet alleen op de proppen met nieuwe en schokkende cijfers, maar spreekt ook zijn verbazing uit over de gelaten acceptatie door Nederland van de gruwelen uit de Bersiap-periode. Of zijn nieuwe cijfers hieraan veel zullen veranderen is de vraag. Zwelgen Nederlanders toch liever in schuldbewustzijn over hun eigen fouten? Willen we de delicate betrekkingen met Indonesië en onze handelsbelangen daar niet op het spel zetten? Een variant op de koopman en de dominee, zo lijkt het. Volkomen objectieve geschiedschrijving bestaat natuurlijk niet, maar wat meer onbevangenheid en distantie inzake deze belangrijke periode uit ons recente verleden zou geen kwaad kunnen.

    http://www.dagelijksestandaard.nl/2013/11/indonesi-1945-genocide

Maak 'n opvolg-bydrae