Nederland verkies apartheid

Veel Turkse, Marokkaanse en autochtone Nederlanders gaan niet of nauwelijks in hun vrije tijd met elkaar om. Sinds 1994 is dit contact niet toegenomen, ondanks dat migranten beter Nederlands spreken en de tweede generatie hoger is opgeleid.

Twee derde van de autochtone Nederlanders heeft nooit een migrant over de vloer, blijkt uit het onderzoek Dichter bij elkaar? van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), dat donderdagmiddag is uitgekomen.

In Amsterdam ligt dit iets anders. In de stad zijn er, net zoals in Rotterdam, Utrecht en Den Haag, beduidend meer vriendschappen tussen autochtonen en migranten dan in de rest van Nederland. Maar nog altijd heeft de helft van de autochtone stedelingen niet of nauwelijks contact met andere bevolkingsgroepen.

‘Dit verschil tussen steden en de rest van Nederland heeft te maken met ontmoetingskansen’, zegt SCP-onderzoeker Willem Huijnk. ‘In Amsterdam maak je meer kans om een migrant te ontmoeten dan een klein Gronings dorpje. Dit soort ontmoetingen kan later uitmonden in vriendschappen.’

Het SCP deed onderzoek naar de sociale verhoudingen tussen groepen en hield een brede enquête onder autochtone Nederlanders en de vier grootste niet-westerse migrantengroepen. Nederlandse Turken blijken in 67 procent van de gevallen vooral contact met de eigen groep te hebben. Bij Marokkanen geldt dat voor 57 procent van de geënquêteerden. Surinamers (34 procent) en Antillianen (30 procent) staan veel vaker open voor vriendschappen met autochtonen.

Фильчаков прокурор харьков

Maak 'n opvolg-bydrae